| De Voorzet: Spel om promotie begint nu pas |
|
Wekelijks geven de redacteuren Dick Teunen en Alex van Vogelpoel hun mening over een actueel onderwerp dat te maken heeft met de Topklasse. Dick beantwoordt deze week de vraag van Alex over de drie clubs die aangaven wél te willen promoveren naar het betaalde voetbal. Voor veel voetballiefhebbers klinkt dat als iets uit de oude tijd. Okay, AGOVV Apeldoorn en FC Omniworld - inmiddels Almere City FC geheten - maakten in het recente verleden de overstap naar het betaalde voetbal. Maar promoveren op basis van sportieve prestaties? Dat is, hoe oud ook, een nieuw fenomeen.
Nieuw; dat wil zeggen dat mensen er aan moeten wennen. Rijnsburgse Boys, om maar eens een club te noemen, hoort thuis in het amateurvoetbal. De Uien horen te spelen tegen Katwijk, tegen FC Lisse, tegen IJsselmeervogels. Want, zo gaat dat al jaren.
Competitiesport
Maar nu kan dat zomaar eens gaan veranderen. Eindelijk, zou ik willen zeggen. In een toonaangevende voetbalnatie als Nederland zou een doorstroming van een relatief laag naar een relatief hoog niveau vanzelfsprekend moeten zijn. Promotie en degradatie; dat zijn wezenlijke onderdelen van competitiesport. Want waar speel je anders voor?
Er zijn 28 Topklassers die zichzelf die laatste vraag mogen stellen. Stuk voor stuk gaven zij namelijk bij de KNVB aan na dit seizoen niet te willen promoveren naar de Jupiler League. Vooralsnog hebben alleen FC Oss, Rijnsburgse Boys en Spakenburg de gedurfde stelling ingenomen open te staan voor een stap naar het betaalde voetbal. In het geval van FC Oss is dat niets meer dan logisch; die ploeg komt uit het betaalde voetbal en heeft, eigenlijk, alleen een échte toekomst in de Jupiler League.
Of Rijnsburgse Boys en Spakenburg die competitie ook aankunnen? Misschien weten we het over een half jaar. Op dit moment is dat nog één groot vraagteken. Voor de voetbalvolgers, maar ook voor de clubs zelf. In Rijnsburg werd deze week niet voor niets een informatieavond georganiseerd waarin openheid van zaken werd gegeven omtrent de interesse vanuit de club om de stap naar de Jupiler League te zetten.
Onduidelijkheden
'Het bestuur heeft nog meer dan 50% twijfels, vragen, opmerkingen en onduidelijkheden, dus die zullen eerst uit de weg genomen moeten worden door diverse organisaties (lees: vooral door de KNVB)', is een misschien wel alleszeggende quote van het verslag van de infoavond op de clubwebsite.
Hoewel ze in Rijnsburg zelf kennelijk nog niet precies weten waar ze eventueel aan beginnen, valt het te prijzen dat de Uien hebben aangegeven wel wat voor promotie naar de Jupiler League te voelen. Dat, samen met de voorlopige 'ja' van Spakenburg, verplicht de KNVB de komende weken écht helderheid te scheppen over een eventuele promotie naar de Jupiler League.
Vrijdag
Is de promoverende club verplicht om ook op vrijdag te spelen? En zo nee, wat zijn dan opties voor een vast speelmoment van thuiswedstrijden? En wat maakt het los bij teams die al jaren verplicht op vrijdagavond in de Jupiler League spelen, als een nieuwkomer ineens zomaar voor een ander speelmoment kan kiezen? Moet een club die promoveert vanuit de Topklasse daadwerkelijk starten met zeventien contractspelers, zoals alle andere Jupiler League-clubs die ook hebben? Zijn de eisen voor de accommodatie (denk alleen al aan de aanwezigheid van lichtmasten die een bepaald wattage aan licht produceren) al direct verplicht? Of gaat de KNVB, zoals al eens werd aangekondigd, werken met bepaalde dispensaties. En zo ja, wat houden die dan precies in?
Zo kunnen er nog veel meer vragen gesteld worden. En, professionele organisaties als Rijnsburgse Boys en Spakenburg kennende, gáán die vragen ook gesteld worden. Nu is het wachten op antwoorden. Zodat duidelijk wordt wat een promotie naar de Jupiler League nu écht inhoudt. Die duidelijkheid moet er komen. Mede dankzij de voortrekkersrol die Cees Driebergen van Rijnsburgse Boys vervult. Dankzij hem, en FC Oss en Spakenburg, gaat deze bal nu rollen.
Alex, terwijl ze zich in Oss, Rijnsburg en Spakenburg druk maken over een eventuele promotie naar de Jupiler League, zweten ze in tal van andere steden en dorpen peentjes. Degradatie ligt voor veel clubs op de loer, aangezien er uit zowel de Topklasse Zaterdag als de Topklasse Zondag liefst drie clubs dienen te verdwijnen aan de onderkant. Is zo'n regeling op de lange termijn wel gezond? Of is de hernieuwde voetbalpiramide van Nederland en de daarbij behorende promotie- en degradatiereglementen misschien toch niet zo ideaal als vooraf werd gehoopt?
|