Molenaar's onbevredigende leven als profvoetballer
Geschreven door Topklasser.nl   
woensdag 09 maart 2011 00:12

Jaap Molenaar

Waar de Topklasse dagelijks in de schijnwerpers staat, brengt de Hoofdklasse ook een heleboel pareltjes voort en mooie verhalen met zich mee. In een drieluik werpt Topklasser.nl deze weken het vizier op de Hoofdklasse, met drie uitgebreide interviews. In het tweede deel Volendam-spits Jaap Molenaar, die komend seizoen naar Rijnsburgse Boys verkast.
 
Door: Edward Geelhoed
 
Een jaar geleden liet Jaap Molenaar zijn profcontract bij FC Volendam ontbinden. Het leven van voltijd voetballer zorgde voor te veel vrije uren, die eindigden in pure verveling. Nu bemant hij als vanouds zijn geliefde bouwkraan en is hij medetopscorer in de Hoofdklasse.
 
Een desolaat industrieterrein in Edam. De tochtige loods van Mick Volendam, die voor de opslag van de torenkranen naar het naastgelegen Edam is uitgeweken, is elke morgen voor dag en dauw de startplaats van Jaap Molenaar. Dan trekt hij het land in met zijn kraan, om daken te plaatsen, beton te storten. Het komt niet sporadisch voor dat de werkklok vijftien uur aantikt.
 
Hoe anders was dat anderhalf jaar geleden. Als talentvolle aanvaller bij RKAV Volendam, de amateurvereniging in het vissersdorp, maakte hij naam met zijn pijlsnelle uitvallen en koelbloedige afronding. Het bleef niet onopgemerkt bij FC Volendam, de trots van het dorp. Al snel zaten beide partijen rond de tafel, maar een eerste aanbieding tegen een haast ridicule vergoeding werd weggewuifd. De profclub zette haar interesse door en verhoogde het bod. Hoewel het voor Molenaar, die toen al vijf jaar een bouwkraan bestierde, nog altijd een financiële aderlating betrof, móést hij wel zijn ja-woord geven. Een knagend gevoel zou hem anders zijn leven lang achtervolgen. Echter, vier niet bepaald enerverende maanden werden zijn deel.
 
Jaap Molenaar
 
Op het prikbord in de kantine van Mick Volendam prijken enkele interviews met de inmiddels oud-prof, omgeven door de traditionele rondborstige dames die bouwkantines eigen zijn. In de zomer van 2009 verruilde hij de kraan voor het bestaan als voltijd voetballer. Wat begon als een jongensboek, eindigde in een deceptie. “De eerste twee maanden beleefde ik als een avontuur”, memoreert Molenaar, wat druistig in zijn koffie roerend. Zijn donkerbruine werktenue moet eens zwart zijn geweest, de opdruk is in Volendams oranje. Onder zijn in de gel gestoken stekels turen twee guitige ogen. “Ook ik droomde vroeger van een bestaan als profvoetballer. In het begin genoot ik er van, maar al snel sloeg de verveling toe. Een paar keer trainen en één wedstrijd in de week, niet bepaald de arbeidsduur die ik gewend was.”
 
Waar eerdere generaties voetballers uren achter elkaar klaverjassend een verbeten strijd voerden, hield Molenaar dat al snel voor gezien. “Best leuk hoor, een potje kaarten, maar na een uurtje vind ik het wel mooi geweest. Om nog wat tijd te doden dook ik vaak een uurtje het krachthonk in, maar dan moet je oppassen dat je jezelf niet overbelast.” De zoektocht naar een gepaste daginvulling duurde voort. Een Playstation werd aangeschaft, maar na verloop van tijd bevredigde ook dat niet meer.
 
“Af en toe ging ik wat bijklussen bij Mick, maar aangezien iedereen zijn eigen kraan heeft, kon ik alleen wat onderhoudswerkzaamheden verrichten. Het liefst zou ik gaan vissen, maar al mijn maatjes werkten overdag.” Doelloos rondjes rijden in de auto, koffiedrinken bij familie, op de bank hangen; op een gegeven moment trok hij het niet meer. Met de talloze vrije uren die vergezeld gaan met het profvoetbalbestaan wist hij zich geen raad meer. Studeren had geen zin, hij zou na zijn voetballoopbaan weer als vanouds de kraan bemannen. Het salaris was veruit ontoereikend om elke dag uitgebreid te gaan dineren of in de P.C. Hooftstraat te flaneren, maar daar is hij het type ook niet naar.
 
Jaap Molenaar
 
“Op Tweede Kerstdag belde ik technisch directeur Peter Wijker op met de vraag of mijn contract kon worden ontbonden. Wijker had het al zien aankomen, vertelde hij. Ik straalde geen plezier meer uit op de trainingen, begon te zeuren. Ik had er ook gewoon écht geen zin meer in. Uiteraard verklaarde iedereen op de club me voor gek. Waarschijnlijk verdient niemand bij FC Volendam genoeg om later te kunnen rentenieren, dus moet iedereen rekening houden met een maatschappelijke carrière. Jack Tuyp, onze spits, moest een dag stagelopen bij een kantoor. Hij werd helemaal gek! Nee, ík kon niet wachten weer minimaal tien uur per dag te bikkelen in de bouw.”
 
Spijt van zijn keuze heeft Molenaar nooit gehad, nog geen seconde, verzekert hij. Waar het leven naast het veld hem langzaam parten begon te spelen, presteerde hij op de grasmat niet onverdienstelijk. In de eerste seizoenshelft maakte hij bij de Eerstedivisionist slechts één keer niet zijn opwachting, toen hij licht geblesseerd moest toekijken. Een vaste basisplaats in het elftal van trainer Edward Sturing was echter niet zijn deel, hij laafde zich grotendeels aan invalbeurten. “Ik was blij met het geschonken vertrouwen, maar voelde me niet helemaal tot mijn recht komen. Vaak werd ik als rechtshalf in een 4-4-2-systeem geposteerd, terwijl ik spits ben. Het elftal draaide uiterst moeizaan en hanteerde vaak de lange bal. Regelmatig stond ik op mijn vingers te fluiten om een keer aangespeeld te worden.”
 
Zodoende is op zaterdagmiddag het sportpark van RKAV Volendam wederom zijn strijdtoneel. Momenteel is hij medetopscorer van de Hoofdklasse, wat zijn talent allerminst verbloemt. Hij oogstte al vier keer het beroemde pondje paling, door het openingsdoelpunt te produceren. “En ik ben niet eens fit, heb al het hele seizoen last van beide knieën. Betaald voetbal zou ik ook zeker nog aankunnen, maar de levensstijl vind ik te beperkt. Op de Dijk, waar de kroegen zich bevinden, werd ik ook continu aangesproken. Daar begon ik me aan te ergeren. Theo Zwarthoed, onze keeper, had indertijd wat ongelukkige tegentreffers te verwerken gehad. Wereldberoemd in Volendam als hij is, kreeg Theo dat keer op keer voor zijn kiezen.”
 
Stadions mijdt Molenaar tegenwoordig, ze trekken hem niet meer aan. De voldoening die hij de toeschouwers bood, vindt hij nu bij zijn opdrachtgevers, wanneer hij als volleerd kraanmachinist een opdracht succesvol afrondt. “Voetballen is leuk, maar deze bouwkraan is mijn echte passie.”
 

Verder nieuws